Betwijfelbare kennis, een filosofisch essay over de klimaatdiscussie

Het klimaat verandert en wij zijn daar de oorzaak van. Het KNMI geeft zijn Staat van het Klimaat dan ook de titel mee: “De menselijke invloed op het klimaat is onmiskenbaar”. Dit rapport is een afgeleide van het vierde Assessment Rapport (AR4) dat in 2007 door het IPCC (1) werd gepubliceerd. De belangrijkste conclusie in het IPCC-rapport luidt samengevat, dat door toename van door de mens geproduceerde CO2 in de atmosfeer de temperatuur op Aarde en de zeespiegel zullen stijgen. En dat moet – vanwege de consequenties – verhinderd worden. Sinds de wetenschap het monopolie op de waarheid heeft verworven en de resultaten van diverse wetenschappen steeds verder in de samenleving doordringen en ook leidraad zijn voor allerlei overheidsbeleid is de vraag des te klemmender of wij over betrouwbare kennis beschikken. Deze vraag is zeer zeker van toepassing op de bewering van het KNMI. Immers de consequenties zijn heel groot: er is veel geld mee gemoeid, zowel voor maatregelen die de verandering zouden moeten voorkomen als voor maatregelen voor aanpassing. Zo vergt het ‘klimaatbestendig’ maken van Nederland deze eeuw een bedrag dat op kan lopen tot € 140 miljard. Ook zal ons gedrag dagelijks worden bepaald door geschreven en ongeschreven wetten, die tot doel hebben de effecten op het klimaat in de gewenste richting te sturen. Het is misschien daarom dat er veel weerstand is tegen de conclusies van het IPCC en dat verschillende partijen in de discussie elkaar wederzijds verketteren. Hoe moet ik als geïnteresseerde burger en liefhebber van boeken over de onderwerpen waarop het betrekking heeft, maar die geen specialist is, mij hiertoe verhouden? Kan ik een filosofisch beargumenteerde positie in deze kwestie innemen?

De centrale vraag in dit essay is dan ook of ik erop kan vertrouwen dat het IPCC een zodanig betrouwbare kennis van het klimaat heeft, dat de consequenties van die kennis in beleid kan worden omgezet.

Moet ik het IPCC geloven? Ja, zegt Al Gore: Al Gore has an answer, and in some ways it is a very sound answer. Mr. Gore says, essentially, that we must rely on ‘the argument from authority’. We must accept the word of experts who know directly what we can ‘know’ only because they tell us. Go to the scientists and ask them. They have the right training and access to the best data. They understand the equations. Wij als publiek moeten de boodschap van het IPCC dus aannemen op basis van vertrouwen in de autoriteit ervan. Alles wat ik hoor over het opwarmen van de Aarde als gevolg van de industriële mens is juist en betrouwbaar:

1. Omdat wetenschappers - de experts - over de kennis beschikken en het publiek, inclusief de geïnteresseerde burger, niet.

2. Omdat er tussen de in het IPCC samenwerkende wetenschappers consensus is over de waarheid van de wetenschappelijke resultaten, die tot die conclusie hebben geleid.

3. Omdat de conclusies van het IPCC verbonden zijn aan de wereldlijke Autoriteit van de VN. De politici van de deelnemende landen versterken de Autoriteit door internationale verdragen.

Moet ik het IPCC geloven? Nee, zeggen de critici, gewoonlijk aangeduid als klimaatsceptici. Tegenover de bovengenoemde machtige autoriteit hebben de critici het niet eenvoudig. Door milieuactivisten en Al Gore worden zij als onwetenschappelijk afgeschilderd en als ufologen verketterd. Bovendien krijgt geen wetenschapper buiten het IPCC meer geld om een onderzoek te doen naar alternatieve verklaringen. Toch zijn er nog wetenschappers buiten het IPCC werkzaam, die relevante en kritische kanttekeningen publiceren. Er is ook wantrouwen omdat de boodschap van het IPCC geheel samenvalt met de algemene doelstelling van de milieubeweging: de invloed van de mens op het milieu terug te dringen. Zij hebben – zo blijkt – ook een belangrijke stem in de samenstelling van de rapportages. Tenslotte wordt over dit alles aan ons – het publiek – gerapporteerd door niet al te kritische media. Is het argument van autoriteit verenigbaar met wetenschap? Er komen in de wetenschap wel autoriteiten voor: bijv. Newton, Einstein en Bohr. Zij werden in hun tijd als een autoriteit beschouwd. Dat verhinderde echter niet dat wetenschappers experimenten bedachten en uitvoerden om de opgestelde theorieën aan de tand te voelen. Dat de relativiteitstheorie en de kwantummechanica door wetenschappers op dit moment als een goede verklaring voor allerlei verschijnselen worden beschouwd, is niet op basis van consensus, maar doordat de verklarende kracht steeds weer wordt bewezen in steeds uitdagender experimenten. Het huwelijk van de klimaatwetenschap met politiek, milieuactivisme, en juridisering resulteert in het WGII rapport uit 2007 tot het volgende belangwekkende citaat (2): 'Another important trend (t.o.v. het vorige rapport) has been the move from research-driven agendas to assessments tailored towards decision-making, where decision-makers and stakeholders either participate in or drive the assessment.'

Met andere woorden het onderzoeksprogramma wordt niet meer door wetenschappers zelf bepaald maar door opdrachtgevers (beslissers en belanghebbenden). Tevens wordt de betrouwbaarheid van hun wetenschappelijke werk voor de beslissers gemarkeerd in graden van de mate van vertrouwen (confidence) en waarschijnlijkheid (likelihood), dat hun beweringen waar zijn. In het laatste rapport van 2007 staan de meeste beweringen gemarkeerd als 'high' en 'very high confidence'. In welke wetenschap vind je dit soort zekerheden? Niet in de natuurkunde, want daarvan zei Richard Feynman eens: “If you thought that science was certain - well, that is just an error on your part.” Volgens Karl Popper (3) is wetenschap nooit zekere kennis, doch bestaat zij slechts uit een verzameling vermoedens over hoe de wereld in elkaar zit. Op basis van reeds bestaande achtergrond kennis en waargenomen verschijnselen wordt een hypothese/theorie opgesteld, waaruit vervolgens voorspellingen worden gedaan, die door experiment en waarneming de theorie uitbreiden of doen inkrimpen. Dergelijke waarnemingen kunnen aan de Natuur worden ontlokt door de opzet van een experiment of doordat ineens een verschijnsel opduikt, dat theoretische onderdelen tegenspreekt. Belangrijk hierbij is om niet alleen naar bevestiging te zoeken maar ook naar falsificatie. Het gaat hierbij in de praktijk niet om een volledige verwerping van de theorie – hoewel dat wel zou kunnen – maar om het opzoeken van de grenzen ervan. Als de theorie stand houdt en het aantal verschijnselen dat erdoor wordt verklaard neemt toe, dan groeit het vertrouwen in de theorie. Indien de theorie of een onderdeel ervan door falsificatie onderuit gaat, dan zal men proberen de theorie aan te passen, zodat alle tot dan bekende verschijnselen – inclusief de bij falsificatie ontdekte – verklaard worden. Op deze wijze groeit de menselijke kennis, maar ook groeit het (besef van) niet-weten. De modellen van het IPCC zijn als het ware hypothesen in modelvorm van het klimaat. Uit regelmatige serieuze berichtgeving blijkt echter, dat zij niet alle verschijnselen die van invloed zijn op het klimaat beschrijven. Eenvoudigweg omdat er geen omvattende theorie over de Aarde bestaat en daardoor veel zaken nog niet verklaard zijn. Hierbij werkt de consensus als een filter: deze mogelijke invloeden worden als niet relevant meegenomen. Ook blijkt het niet mogelijk om met de modellen de grote klimaatveranderingen in het verleden, zoals de afwisseling tussen ijstijden en interglacialen te verklaren of recentere warme en koude perioden sinds het begin van onze jaartelling. In feite beschrijft het IPCC het klimaat en de effecten van verandering in een heel klein onderdeel van de geologische tijd, ja zelfs een klein deel van de historische tijd: vanaf 1970 tot 2100! En de voorspellingen, die worden gedaan over de mate van opwarming en zeespiegelstijging en de effecten, zijn zo ver in de toekomst en buiten onze levensduur, zodat alleen toekomstige generaties de juistheid ervan kunnen vaststellen. Deze voorspellingen worden bovendien teniet gedaan door – als zij succes hebben – aanbevolen acties op het vlak van CO2-reductie. CO2-reductie is ook zo'n voorgesteld experiment, waarvan de kosten nu gedragen worden en de uitkomst pas veel later is waar te nemen. De hypothesen – annex modellen – leiden dus tot niet door ons toetsbare voorspellingen, die bovendien worden teniet gedaan als wij nu – in onze tijd – en met urgentie de juiste (?) maatregelen nemen. Naar de maatstaven van Popper zou wat het IPCC doet geen wetenschap zijn, maar een quasiwetenschap. Oudere lezers herinneren zich het enthousiasme over en de omarming van de chaostheorie van Edward Lorenz (4) in jaren '70. De chaostheorie beschreef gedetermineerde systemen met terugkoppeling, maar waarvan de uitkomsten een fractaal – niet-lineaire – karakter hadden. Lorenz deed in de jaren zestig van de vorige eeuw onderzoek naar een methode om door modellering te komen tot betere weersverwachtingen. Hij kwam daarbij tot de ontdekking dat een bepaalde categorie fysieke systemen, zoals die van het weer, buitengewoon gevoelig waren voor bijvoorbeeld de nauwkeurigheid van de ingangsvariabelen. Laplace (5) noemde reeds in de 18de eeuw de oorzaak hiervan: alleen een superieure geest als God zal de uitgangstoestand voor een deterministisch systeem zo goed kunnen bepalen en de betreffende wetten zo goed kennen dat de veranderingen in de toestand voor lange tijd vooruit zeer goed voorspeld kunnen worden. Het viel mij op, dat bij de voorspelling dat de gletsjers van de Himalaya niet in 2035 (typefoutje) maar in 2350 (dit was juist) verdwenen zijn, niemand de vraag stelde of de huidige wetenschap wel in staat is om over zo'n lange periode een dergelijke complexe voorspelling te doen. Bovendien zijn de voorspeller als de lezer dan al hartstikke dood (zie Popper). De bovengenoemde centrale vraag van dit essay wordt dus negatief beantwoord. Homo Sapiens is niet die superieure geest, die alles weet en die kan uitrekenen hoe de toestand in de wereld er over 10 jaar uitziet, laat staan over honderd jaar. Hoewel het wel waar is dat veel intelligente mensen in verschillende organisaties denken dat dit wel zo is. Als ik ook nog de juridisering vastgelegd in internationale verdragen erbij betrek, dan kom ik tot de conclusie dat er mensen – in wetenschappelijke instituten, politiek en milieubeweging – zijn, die denken dat wij als superieure geest in staat zijn de wereld zoals die nu is te behouden. Mits de juiste maatregelen genomen worden, die in de verdragen worden genoemd, zullen er in 2050 geen soorten meer uitsterven, zal de gemiddelde temperatuur en de zeespiegel weer op het niveau van 1990 terugkeren. Ik vind dit paradigmatisch zo onwetenschappelijk dat ik niet anders kan concluderen dat er sprake moet zijn van een politiekwetenschappelijke dwaling. De fouten, onregelmatigheden en tekortkomingen in de computermodellen zullen ter zijner tijd worden ontmaskerd en hopelijk voor dat we allerlei dure en onjuiste maatregelen hebben genomen. Zonder twijfel niet door het IPCC zelf, maar door buitenstaanders en anders wel door de Natuur. Het idee van de superieure geest is ontstaan, toen wij onszelf buiten de natuurlijke orde der dingen plaatsten. In dit opzicht hebben zelfs vele modernen Darwin's gevaarlijke idee niet aanvaard. Toch ervaar ik dagelijks een sterke cognitieve dissonantie, als het klimaat bijna vanzelfsprekend in allerlei media-uitingen ter sprake komt. Kunnen mensen met een dergelijk niveau en in degelijke bureaucratieën wel dwalen? Moeten zij niet vanwege dat feit alleen al gelijk hebben?

Maar we moeten ook constateren dat mensen inderdaad collectief en op grote schaal kunnen dwalen. Een sterk bewijs hiervoor zijn de vele concurrerende religieuze geloofssystemen. Omdat zij in vele opzichten met elkaar in strijd zijn, kan er maar één gelijk hebben en misschien zelfs dat niet. Toch bestaan zij naast elkaar en worden hun verhalen doorverteld en dagelijks overal ter wereld voor waar gehouden. En ook uit de wetenschap zijn daar vele voorbeelden van. Is er dan niets aan de hand? Jawel, maar dat volgt uit een heel andere statistiek van de VN. De grafiek toont in de nabije toekomst een afnemende groei. Het is alleen niet duidelijk op welke wijze en waardoor die groei zal afvlakken. Maar deze grafiek toont het probleem, dat – geparafraseerd – Malthus (6) reeds in 1798 (7) beschreef: de exponentiële groei van de wereldbevolking op een begrensde Aarde. Dáárom is vermindering van het energieverbruik en duurzaamheid van processen en producten van groot belang. Dit staat geheel los van het klimaat. Alle aandacht voor CO2 en biodiversiteit leiden zelfs aandacht en kapitaal af van een oplossing van het demografie probleem. We moeten meer naar onszelf kijken en onszelf beschouwen als onderdeel van de Natuur en dus onderhevig aan haar grillen en wetmatigheden. Alleen adressering van het juiste probleem zal dan ook tot de juiste maatregelen leiden. Dan kan ook de klimaatwetenschap van zijn juridische en activistische omsingeling worden bevrijd.

1 Intergovernmental Panel on Climate Change

2 Hfdst 2.2 uit de Executive Summary

3 (1902-1994, Kritisch rationalisme)

4 (1917-2008, meteoroloog, pionier van chaos-theorie)

5 Pierre-Simon, marquis de Laplace (1749 – 1827, wiskundige en astronoom)

6 (1766-1834, Demograaf)

7 (An Essay on the Principle of Population)

Dick Viveen, Castricum 15-04-2010

Geplaatst op vrijdag 21 januari 2011

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Reageren

Om te kunnen reageren dient u ingelogd te zijn. Heeft u nog geen gebruikersnaam en wachtwoord? Dan kunt u deze eenvoudig aanmaken.

Inloggen

Om te kunnen reageren op het forum dient u eerst in te loggen.

Gebruikersnaam

Wachtwoord

Beschikt u nog niet over een gebruikersnaam en wachtwoord, dan kunt u deze gemakkelijk aanmaken.

Bent u uw wachtwoord vergeten? Vraag een nieuw wachtwoord aan.