Humanisme en de moraal

AristotelesDe verleiding is groot om het Humanistenforum te gebruiken als platform om een mening te ventileren over een actueel onderwerp. De relatie van die particuliere mening tot het humanisme is onduidelijk. Ik doe hier dan ook het voorstel om een discussie te starten over kernaspecten van het humanisme en deze vervolgens toe te passen op een actueel onderwerp.

De eerste vraag die zich dan voordoet is welke die kernaspecten dan zouden zijn. Niet eenvoudig omdat het humanisme geen kant en klare ideologie is.

Paul Cliteur geeft aan dat het humanisme volgens hem vier pijlers kent: atheďsme, vrijheid van meningsuiting, autonome moraal en een seculiere staat. Niet iedere humanist zal hem dit viertal nazeggen, maar één ervan zal iedere humanist onderschrijven: de autonome moraal.

Een humanist erkent geen Hoge Autoriteit, die hem/haar zal zeggen hoe te leven.

Om die reden, zou ik het Humanistenforum willen gebruiken om een discussie te voeren over de grondslagen van de autonome moraal. Om een eerste aanzet te geven ken ik vier soorten moraal:

  1. de moraal van de plicht. Deze is nauw gelieerd aan de normen en waarden discussie. Deze moraal staat vol met geboden en verboden. De tien geboden vallen hieronder, ook de moraal van Kant en - naar ik vermoed - de Rechten van de Mens.
  2. de moraal van het nut. Hierbij telt het resultaat en of dat voor zoveel mogelijk mensen ten voordele strekt. Hoe het resultaat bereikt wordt is niet van belang.
  3. de moraal van de afspraak. Komt veel voor bij beroepsgroepen. Het gaat erom of de juiste procedure is gevolgd. Het euthanasie debat is zo opgelost. Hoewel sommige euthanasie een vorm van moord vinden, zijn we het eens geworden, dat er geen strafvervolging plaatsvindt mits de juiste procedure is gevolgd.
  4. de moraal van de deugd. Er zijn vele deugden, waaronder de vier kardinale deugden: moed, maat, verstandigheid en gerechtigheid (Aristoteles), later door Thomas van Aquino gekerstend en aangevuld met geloof, hoop en liefde.

Deze zouden in de discussie kunnen worden uitgewerkt. Wellicht ontstaat er tussen de discussianten een consensus over welke (of combinatie van) moraal humanistisch genoemd kan (kunnen) worden. Ik heb ook het antwoord niet.

Wie wil hier een bijdrage aan leveren? D. Viveen.

Geplaatst op vrijdag 25 april 2008

Reacties

De moraal (ethiek) is de spil waar alles om draait. In de (menselijke) samenleving welteverstaan. Ethiek gaat over goed en kwaad. Steeds is de vraag: waar doe ík goed aan? Een vraag die voor iedereen (iedereen kan zeggen ‘ik’) kan gelden, maar evenals het mogelijke en niet zelden moeilijk te bepalen antwoord een strikt persoonlijk karakter heeft. Van morele voorschriften of gemoraliseer kan en mag in ieder geval geen sprake zijn. Moraal of ethiek gaat om de kwestie hoe ik omga met de ander. Voorzover het om die ander gaat kun je hem/haar grosso modo met vertrouwen ňf wantrouwen tegemoet treden. Een houding van puur vertrouwen is naďef (voor vertrouwen kun je kiezen, niet voor naďeviteit). Je geeft de ander in het slechtste geval dan de gelegenheid om je te beschadigen, lichamelijk of geestelijk, letterlijk of figuurlijk. Enig zogenaamd gezond wantrouwen is dus geboden en verantwoord. Je kan zelfs van een morele verplichting spreken. Vertrouwen moet je immers kunnen opbrengen. Daar moet je soms nogal wat moeite voor doen. En je moet er de power voor hebben alsmede de hoop dat jouw vertrouwen voor de ander vertrouwenwekkend is. Wantrouwen daartegenover zal waarschijnlijk nooit met echt vertrouwen worden beantwoord. De voorbeelden liggen voor het opscheppen. En wel op verschillende niveaus, inclusief die van de politiek. Het niveau van de ethische relatie ik-ander is mijn inziens fundamenteel. Dat van het vrije ik in relatie tot de vrije ander. De heer Viveen spreekt van een autonome moraal. Daar ga ook ik van uit. Dat een dergelijke moraal betekent dat je (als ik) geen Hogere Autoriteit erkent, is voor mij niet vanzelfsprekend. Sterker nog: in het leven van alledag kun je ervaren dat het anders ligt. Dat sprake is van autonomie čn heteronomie. En ook: dat heteronomie ten opzichte van autonomie fundamenteel is omdat heteronomie voorafgaat aan autonomie. Je kunt (als ik) niet kiezen om ‘zo maar’ goed te zijn. Finkielkraut (‘04): “Het goede komt van buiten op me af, de ethiek overvalt me, en buiten mijn wil maakt ‘mijn zijn plaats voor het zijn van de ander’”. Er is een ander die een beroep op mij doet om me voor hem/haar in te zetten. Natuurlijk kan ik weigeren. Ik kan besluiten niet op het appčl van de ander als ‘uitnodiging’ in te gaan. Ik kan echter niet kiezen of ik al dan niet wordt uitgenodigd. Daar ga ik niet over, zogezegd. In dat opzicht is de ander die een beroep op me doet de Hogere Autoriteit. De aanwezigheid (verschijning van) de ander is er eerst. Ik heb hem/haar al geantwoord (geraakt worden of raking is ook een vorm van antwoorden) voordat ik er erg in heb. Een kwestie van ethische gevoeligheid, kun je zeggen. De weigering om de ander ter wille te zijn (al was het maar door hem/haar te negeren), kan je behoorlijk onrustig maken. Je kunt ermee in je maag zitten en/of er letterlijk van wakker liggen. In Camus’ roman De Val lijdt de hoofdpersoon aan steeds terugkerende nachtmerries nadat hij de wegkijkende getuige was van de verdrinking van een jonge vrouw. Maar is er bij een appčl ‘van buiten’ (je kunt de metafoor ‘het gelaat van de ander’ gebruiken) dan nog wel sprake van vrijheid van het autonome ik? Als antwoord daarop moet je het begrip ‘vrijheid’ definiëren. Als je zegt: handelen is inwerken op een wil (handelen als gevolg van een wilsbesluit) en vrijheid: zich niet laten inwerken op de wil, dan gaat het bij een appčl niet om echt handelen. Er is immers geen sprake van een wilsbesluit. De vrijheid van het ik verandert dus niet in onvrijheid. En wat de soorten moraal betreft waar de heer Viveen het over heeft… Die kom ik alleen in de reflectie tegen. Je kunt je morele ervaring(en), waarbij primair het (je) gevoel in het geding is, rationeel ‘bewerken’ en dan komen tot een classificatie ofwel een indeling in soorten. Is discussiëren daarover niet vooral een spel? Een academisch spel op een niveau ver boven de werkelijkheid verheven? Daarbij, wat levert een consensus op? Worden we daar met z’n allen beter van? Waarschijnlijk zal een dergelijke discussie voor mijzelf en mijn kijk op en omgaan met ‘de ander’ nauwelijks inspirerend zijn.
J. Rietveld
maandag 28 april 2008
Het is lastig reageren op de postmoderne bijdrage van Rietveld. Als ik het goed begrijp ben ik voor hem de Ander en daarmee de Hoge Autoriteit, die hij overigens niet ter wille is. Omdat hij niet alleen niet ingaat op mijn zoektocht naar de humanistische moraal, maar deze als een academisch spel afwijst. Het appčl van buiten, dat ik op hem doe, wijst hij af. omdat er geen sprake zou zijn van vrijheid van het autonome ik. Het is een woordenspel, dat ik afwijs als een humanistische moraal, omdat niet ingaat op de vraag hoe moet ik als humanist handelen. Alles Leben ist problemlösen, zei Popper al, en de existentialist zegt dan: je moet kiezen. Alleen niet hoe.
D. Viveen
woensdag 30 april 2008
Graag wil ik reageren op bovenstaande uitspraken van de heer Viveen. Onder verwijzing naar mijn tekst schrijft hij dat hij voor mij ‘de Ander’ en daarmee de ‘Hogere Autoriteit’ is die ik, zo merkt hij op, ‘overigens’ (sic) niet ter wille ben. Dat woordje ‘overigens’ suggereert dat een Hogere Autoriteit iets anders had mogen verwachten, ofwel van mij een antwoord had moeten krijgen dat hem welgevallig is. Dat ik daarmee in strijd zou hebben gehandeld met mijn uitspraken omtrent ‘de moraal’ is echter een misvatting. In mijn uiteenzetting is immers sprake van ‘het vrije ik’ dat kan besluiten niet op het appčl ofwel de uitnodiging van de ander in te gaan. ‘Natuurlijk kan ik weigeren’, maar: ‘Ik kan echter niet kiezen of ik al dan niet wordt uitgenodigd’. Zo staat het letterlijk in mijn tekst. Anders gezegd: ik ga niet over de vraag (die komt ‘van buiten’), wel over het antwoord. Welk antwoord dat ook is. Dat is mijn autonomie. De inhoud van het antwoord wordt mij soms wel voorgeschreven. Maar daar hoef ik om mij moverende redenen niet op in te gaan. Als ik dat wčl doe is dat mijn keuze en ook mijn verantwoordelijkheid. Vanuit het eerste persoonsperspectief gezien vind ik dus dat je de ander (al dan niet met een hoofdletter) het geven van dat bepaalde antwoord niet in de mond mag leggen, laat staan zou mogen afdwingen. Daarmee tast ik de autonomie van de ander aan. De ander moet vrij blijven, net als ik. Een heel humanistisch standpunt, dunkt me. Levinas, de filosoof van het humanisme van de andere mens, spreekt van een moeilijke vrijheid. De waarheid van die uitspraak blijkt in de praktijk van het leven telkens te worden bevestigd.
J. Rietveld
zaterdag 3 mei 2008
Na een vakantie van 10 dagen wil ik de draad weer oppakken. De toelichting van Rietveld is helder. En ik ben het met hem eens op het punt van de omschrijving van de autonomie. Zijn eerste bijdrage nog eens doorlezend, staat daar dat heteronomie vooraf gaat aan autonomie. En ik was in mijn begin van dit gesprek nu juist op zoek waar in dat woud van opdringende wetten en regels iets herkenbaar is dat je 'humanistisch' kan noemen. 'Levinas' zal Rietveld zeggen! 'Blackburn' wellicht, 'Kant' of 'Aristoteles' al reeds? Of de Chinese filosofen? Zelf ben ik geneigd de deugden ethiek, waar het ook gaat om jezelf als mens te ontwikkelen een humanistisch stempel te geven. Hoewel de British Humanist Association neigt naar de ethiek van het nut. Tenzij zich nog een ander in deze forumdiscussie mengt komt de door mij gestelde vraag niet veel verder.
D. Viveen
maandag 12 mei 2008
Niet van mijn hand maar ik vind ze wel erg goed passen bij deze discussie; ....streef naar een maatschappij waarin ieder mens soeverein is: ieder mens heeft het recht zijn leven te leiden zoals hij zelf wil, zolang hij datzelfde recht van ieder ander respecteert... en al jaren als motto op mijn bureaublad; ....er is maar één hemel, het leven dat de mens gegeven is.... gecompleteerd door het refrein van You Learn gezongen door Alanis Morrisette; ....You live you learn, You love you learn, You cry you learn, You lose you learn, You bleed you learn, You scream you learn, You grieve you learn, You choke you learn, You laugh you learn, You choose you learn, You pray you learn, You ask you learn, You live you learn !
Rob
maandag 14 september 2009

Ik ben geďnteresseerd in moraal en zie daar om mij heen steeds minder van. Zou dat komen door de toenemende individualiteit? Is dat een goede ontwikkeling? Ik vind van niet. Ik lees in de “Van Dale” dat MORAAL de HEERSENDE ZEDEN EN GEBRUIKEN betekent. Bij “autonoom” staat: zelfstandig in ethische en filosofische zin: levend naar of zich verwezenlijkend in eigen normen: autonome moraal. Voor mij is dit nogal tegenstrijdig. Zelfstandig denken is heel belangrijk en lijkt mij essentieel voor een humanist maar dat maakt het nog niet tot een moraal. Ik zie echter heel weing tekenen van zelfstandig denken. Ik denk wel dat 99,9 % van de bankiers als groep een voor die groep autonome moraal hadden/hebben. Vooral over de hoogte van hun inkomen. De hoogte van hun inkomen lijkt mij niet gerelateerd aan de kwaliteit van hun diensten. Handelen in producten die je niet kent lijkt mij nog geen minimum salaris waard. Ik ben erg nieuwsgierig naar de verdediging van die autonome moraal en zie helaas geen onderzoek van de factoren die daarnaar geleid hebben. Robinson Crusoë kon leven met een autonome moraal tot hij Vrijdag tegenkwam. In het stuk van D. Viveen lees ik dat hij ook de tien geboden lijkt te accepteren, maar volgens mij gelden de eerste twee of drie geboden maar voor heel weinig mensen in de westerse maatschappij. De boeken van Savater Het goede leven en Goed samenleven komen ook niet uit op een autonome moraal. Ook uit het Boeddhisme heb ik geleerd dat ik, om gelukkig te zijn, de mensen in mijn omgeving gelukkig moet maken. Ik heb moeite met de volgorde in punt 4, de moraal van de deugd. In “De verbeelding van het denken” kom ik bij Aristoteles onder Ethiek tegen dat hij in aansluiting bij Plato in zijn ethische verhandelingen de nadruk legt op dianoetische verstandelijke deugden als wijsheid en matiging. Moed bijvoorbeeld is alleen maar een morele kwaliteit als de moedige het gevaar kent en de gelegenheid heeft om te vluchten: er is geen sprake van deugd als het niet om een keuze gaat. Ik prefereer de volgorde van de historicus Krijn Pansters: wijsheid, rechtvaardigheid, matigheid en dapperheid. Ik heb ook wat vraagtekens over de vrijheid van onze wil gekregen door bestudering van de Ethica van Spinoza. In heel veel gevallen wordt onze vrije wil bepaald door de omstandigheden. Die omstandigheden zijn met wijsheid en zelfdicipline wel een beetje te veranderen. Jan Edens, Hoorn

Jan Edens
donderdag 8 oktober 2009

Reageren

Om te kunnen reageren dient u ingelogd te zijn. Heeft u nog geen gebruikersnaam en wachtwoord? Dan kunt u deze eenvoudig aanmaken.

Inloggen

Om te kunnen reageren op het forum dient u eerst in te loggen.

Gebruikersnaam

Wachtwoord

Beschikt u nog niet over een gebruikersnaam en wachtwoord, dan kunt u deze gemakkelijk aanmaken.

Bent u uw wachtwoord vergeten? Vraag een nieuw wachtwoord aan.