Ik wil er als Humanist een Punt van maken!

De vrijheid in kunstzinnige uitingen mag niet worden beperkt doordat een groep religieuzen nogal lichtgeraakt is! Wij moeten als Humanisten pal staan voor deze vrijheden, onverkort!

Wat is er aan de hand? De directeur van het Gemeentemuseum Den Haag, Wim van Krimpen, besloot afgelopen week om de foto’s van de Iraanse kunstenares Sooreh Hera niet in het museum op te hangen. Reden is volgens de directeur dat hij zich niet wil laten misbruiken door de kunstenares. Hera zou er namelijk alleen op uit zijn om te shockeren door ook de gezichten van de profeet Mohammed en zijn schoonzoon Ali te tonen op de foto’s. Het tonen van foto’s waarop het spanningsveld tussen homofilie en de Islam te zien zou zijn, vindt Van Krimpen geen probleem. Hij vindt het echter een probleem worden als de Islam in beeld wordt gebracht via haar iconen. Dat is provocerend, want duidelijk is dat moslims stellen dat er geen afbeelding getoond mag worden van haar iconen.

Waarom heb ik hier moeite mee? De spanning tussen de vrijheid en respect voor anderen is een traditioneel moeilijk punt. Zo heeft Gerard Reve ook voor het gerecht gestaan wegens godslasterlijke smaad. Dat is nog geen halve eeuw geleden. Vrouwe Justitia heeft destijds gewikt, en beschikt dat de personages in het boek niet per sé de mening van de schrijver vertegenwoordigen. Dat lijkt mij in de beeldende kunst ook het geval. Je drukt iets uit, je wilt een reactie oproepen, het is een kwestie van smaak, en ….. daarover hebben we een bekend spreekwoord!

Nu worstelen wij opnieuw met dit punt. Waar het christelijke deel der natie zich redelijk heeft aangepast aan deze manier van met elkaar omgaan, heeft een behoorlijk aandeel van de moslims deze ontwikkeling nog niet doorgemaakt. Ik wil hier echter wel heel duidelijk over zijn: geen compromissen op dit punt! Hier wil ik een Humanistisch punt van maken! Overigens heb ik vanuit kunstzinnig perspectief ook moeite met de redenering van Van Krimpen. Want hoe breng je nu duidelijk het spanningsveld tussen homofilie en de Islam in beeld? Daarvoor dienen de metaforen, de iconen van haar religie bij uitstek. Dus lijkt er mij niets mis mee om dit spanningsveld in dit debat, verbeeld in de kunst, een plek te geven door gebruikmaking van iconen, de heiligenbeelden die het geloof vertegenwoordigen. Ik zeg via haar iconen, maar daar doet zich in dit geval ook nog eens een interne tegenstelling voor, een oxymoron. Grappig vind ik het dat er door moslims wordt gesteld dat er absoluut geen afbeelding mag worden getoond van de profeet Mohammed en dat moslims toch Mohammed herkennen in het masker die op de gewraakte foto’s getoond wordt. De logica ontbreekt hier, dunkt me.

In de Verklaring van Amsterdam (Uitgangspunten van het Humanisme uit 2002) staan twee punten waar ik de volgende gouden regel voor alle Humanisten uit destilleer: Humanisten staan pal voor de vrijheid van kunstzinnige uitingen, ook al betekend dat dit aanstootgevend is voor bepaalde groepen. In de Verklaring van Amsterdam wordt dit als volgt verwoord: "Het humanisme heeft hoge achting voor kunstzinnig scheppend vermogen en verbeelding en erkent de vernieuwende kracht van kunst." En "Het Humanisme bevestigt de waarde en de autonomie van het individu en het recht van ieder menselijk wezen op de grootst mogelijke vrijheid die verenigbaar is met de rechten van anderen." Een recht van een ander is echter naar mijn stellige mening niet het recht om niet gekwetst te worden! Iedereen moet scherp gehouden worden, met het woord en het beeld! Als volwassen religieuze stroming moet je tegen kritiek kunnen, moet je kunnen relativeren, moet je zaken niet als absoluut zien. Kun je dat niet, dan krijg ik een ongemakkelijk gevoel. Het gevoel dat men niet kan relativeren, dat men denkt over het enige juiste antwoord te beschikken op levensvragen, dat men niet tolerant is ten opzichte van andersdenkenden, andervoelenden, enzovoorts.

Volgens mij zijn Humanisten niet sterk in ‘ergens een gezamenlijk punt van maken’. Dat wil ik nu wel, daarom het volgende voorstel: laten wij het werk van de Iraanse kunstenares als Humanistisch Verbond adopteren, en op die manier onze verbondenheid met de vrijheid van kunstzinnige uitingen onderstrepen.

Column van W. Duffels uit de Nieuwsbrief december 2007 van het HV, Alkmaar

Geplaatst op maandag 7 januari 2008

Reacties

Ik ben blij met deze column. Wat ik niet begrijp is dat wij wel meedoen aan een redelijke vorm van zelfonderzoek. Maar niet of nergens lezen dat andere betrokkenen, zoals de Turkse en de Marokkaanse mensen niet worden aangesproken op hun gedrag en bedreigingen. “Kan dat zomaar?”, vraag ik mij af. Laten wij als humanisten doen wat de politiek niet durft. Adopteer de kunst van de Iranese kunstenares. Laten wij een daad stellen voor alle anderen die bang geworden zijn. Je ziet het ook bij een kritische blik richting de Joodse mensen. Zodra je hun manier van onderdrukking naar het Palestijnse volk wil aankaarten ben je een antisemiet of zo. Dat is toch te gek voor woorden!!!!! Hoe lang mag een volk wreed zijn jegens een ander volk omdat zij veel mensen heeft verloren in de Tweede Wereldoorlog? Is dat een krediet om een ander aan te doen wat jezelf zo erg vond? Het geloof mag wat mij betreft haar functie behouden in kleine huiselijke kring. Blijkbaar weten we niet en zijn we niet in staat dat maatschappelijk te vertalen in structurele en praktische impulsen om de vrede te stimuleren. Hoe we met de geloofselementen om dienen te gaan is blijkbaar niet te leren. Het praktisch nut van persoonlijk geloven mag dan voor veel mensen bewezen zijn, wanneer het geloof verworden is tot een machtsinstituut en daaraan gekoppeld dat zij boven iedere vorm van discussie staat dien je een positie in te nemen die dienend is aan het democratisch beginsel van onze rechtsstaat. We worden tegenwoordig teveel gekwetst en deze ‘gevoeligheid’ is een dekmantel voor anderen om terreur te zaaien. Ieder geloofsverzinsel dient getoetst te worden op en met het vrije woord. Belangrijk daarbij is dat je niet de intentie hebt om te kwetsen!! Zolang je dat niet nastreeft moet je je beschermd weten door de wet en de democratie van ons rechtssysteem.   Volgens mij zijn het de Humanisten die daar een belangrijk, zichtbaar maatschappelijk voorbeeld in dienen te geven. De maatschappelijke functie van een Pim Fortuyn en een Geert Wilders mag best objectief onderzocht worden. De overdrijving die deze twee mensen uiten komt niet uit de lucht vallen. Deze overdrijving is blijkbaar nodig om een dialoog te starten over zaken die we liever onder het vloerkleed schuiven. Dat zij doorslaan naar populisme komt niet alleen omdat ze stemmen willen winnen. Dat komt ook omdat er nog onvoldoende tegenkracht is ontwikkeld die tot een integratie en groei en bloei kan leiden. Zij zijn mee bezig met snoei. Dat komt omdat we onze geestelijke tuin hebben verwaarloosd. Alle systemen hebben het gewicht van een tegenkracht nodig om haar groeifunctie te stimuleren. Komt er geen gezonde tegenkracht dan verwordt ieder systeem tot een systeem dat vernietigt. Volgens mijn inzicht bestaat er geen goed en geen kwaad. Het oordelen daarover is volgens mij niet belangrijk. Wel waartoe bepaalde uitingen naar leiden. Wat niet echt is, is kwetsbaar. Wanneer een geloofsysteem niet leeft naar wat ze zelf beoogt te zijn, is het kwetsbaar en bang voor het opheffen ervan. Wanneer een volwassen geloofssysteem niet in staat is om kritiek te integreren dan zal men zich intern moeten beraden wat er mis is met de uitoefening van dat geloof. Dan mag je die onzekerheid niet projecteren op mensen die inhoudelijk kritiek hebben op delen van dat geloofssysteem.   De leiders van religieuze stromingen hoor en zie ik niet optreden naar geloofsgenoten die anderen bedreigen. Ook zie ik ze niet in het openbaar de integratie en de groei van een geloof begeleiden. Alle openbare energie komt van onze kant zo lijkt het. Heb ik dat juist gezien? Kortom: stel een daad en het tegenwicht zal veel oproepen. Dat vraagt om offers!!! Humanisten kom naar buiten!!! Anders zijn we aan de Goden overgeleverd!!!!
G. Korver
maandag 7 januari 2008
Uit de bovenstaande reacties van de notoire verdedigers van het vrije woord kan worden opgemaakt dat hun redenering ongeveer als volgt luidt: 1. het gebod om 'de vreemdeling' te respecteren is een vorm van angsthazerij en/of moreel geneuzel waar niemand wat voor koopt, 2. ik moet altijd kunnen zeggen wat ik wil, 3. als ik daar de ander mee beledig is dat niet mijn probleem; de enige oplossing is, dat de beledigde moet leren een flinke vent of meid te zijn die niet zeurt over wat hem of haar is of zou zijn aangedaan. Zo hoort de Humanist (met hoofdletter!) te denken? Duidelijkheid is troef, de kous is af en discussie is eigenlijk overbodig. Uiteraard zal degene die bovenstaande redenering bekritiseert (zoals de 'knetter-gekke' schrijver van deze tekst) onder verwijzing naar hetzelfde recht op vrije meningsuiting zich de mond niet laten snoeren. Zijn overwegingen zullen echter verschillen van die van zijn geachte opponent(en). Zo zal hij zich bewust zijn van het feit, dat je in je rol als zender feitelijk met lege handen staat wanneer de ontvanger jou als 'vijand' ziet. Anders gezegd: als je als zender een boodschap goed wil laten over komen, dan moet er van de kant van de ontvanger minstens de bereidheid zijn om op passende wijze met de boodschap om te gaan. Een bereidheid die de conditie sine qua non is van elke effectieve of vruchtbare dialoog die uiteraard de ander niet dwingend of met verbaal geweld kan worden opgelegd. De fervente verdediger van het vrije woord lijkt zich echter noch om deze conditie noch om het lot van de ander te bekommeren. Daar gaat het hem dan ook helemaal niet om. Hij heeft immers een missie waarvan hij de mensheid kond wil doen. Hij wil bijvoorbeeld 'iedereen scherp houden' waarbij hij de inzet van het middel van de belediging als absoluut noodza-kelijk beschouwt. Wie horen wil moet maar voelen! Het Ware Humanisme aan het Woord?
J. Rietveld
maandag 14 januari 2008
Voor de kritische lezer: streepje weg bij 'knettergekke' en de een na laatste zin: Wie niet horen wil...
J. Rietveld
maandag 14 januari 2008
Graag wil ik op enkele passages in het commentaar van de heer Lammens reageren. De eerste passage: "Ik ken geen enkel gebod dat zegt de vreemdeling te moeten respecteren. Respect is voor mij een basishouding jegens alle mensen die respect verdienen." Reactie: In mijn tekst staat het woord vreemdeling tussen aanhalingstekens, omdat elke ander voor mij een 'vreemdeling' is (nooit te kennen als 'ik weet wel wat voor vlees ik in de kuip he') en precies daarom, in zijn eigenwaardigheid, mijn respect verdient. Respectloosheid is dan dat ik (en iedereen kan zeggen: 'ik') die ander niet zie in zijn eigenheid, maar als het exemplaar van een door mij eventueel gediskwalificeerde soort. In dat geval kan ik hem zelfs gaan 'demoniseren' indachtig de ervaring dat angst van cherubijnen duivels maakt...(en duivels moeten worden uitgedreven of verbannen naar hun eigen verafgelegen duistere oorden waardoor ze hier geen kwaad meer kunnen doen). De tweede passage: " 'In een dialoog heb ik inderdaad wel eens een houding van 'wie de bal kaatst [...]'. Ja, en soms komt dat hard aan. Als je keeper in een voetbalteam [...]" enz. Reactie: De vergelijking van de ander in zijn rol als keeper in een voetbalteam vind ik nogal opmerkelijk. Immers, voetbal = oorlog (R. Michels) waarbij het maar om een ding gaat: WINNEN! Dan is de ander tot tegenstander gereduceerd die zonodig met onoorbare middelen moet worden bestreden terwille van dat ene doel... Uiteraard is dan geen sprake van een dialoog. De vergelijking met conferenciers of entertainers als Youp van 't Hek, Paul de Leeuw, c.s. lijkt mij in dit verband beter op z'n plaats. Met name Hans Teeuwen lijkt zichzelf te beschouwen als een missionaris van het vrije woord voor wie opzettelijk beledigen een soort therapie is, omdat dat volgens hem bijdraagt aan de vorming van een schild waarmee al die overgevoelige zielen geholpen zouden zijn (hij deed een dergelijke uitspraak tijdens een recent tv-interview door de Meiden van Halal). Voor alle duidelijkheid (ik weet overigens niet of de heer Lammens een en ander zo bedoelt): ik vind de idee dat je anderen opzettelijk mag laten lijden om daarmee een door jou gesteld 'hoger' doel te bereiken (bijvoorbeeld persoonlijke groei) afkeurenswaardig. Met een humanisme zoals ik dat opvat heeft dat dan ook niets van doen.
J. Rietveld
zaterdag 2 februari 2008
6e regel van bovenaf: .... in de kuip heb
J. Rietveld
zaterdag 2 februari 2008
De heren Duffels, Korver, Rietveld en Lammens hebben wel allemaal gelijk, maar wat komt hier nu uit voort in de kwestie van de museumpraktijk? Ten tijde van de expositie hadden er veel meer discussies, o.a. vanuit het Humanistisch Verbond, museumdirecties, kunstenaars, politici (een museum wordt gesubsidieerd door de Staat) en anderen gevoerd moeten worden. Want nu heeft een persoon, bij monde van de heer W. van Crimpen, uit angst voor acties, zijn eigen persoonlijke opvattingen boven die van zijn openbare functie als museumdirecteur gesteld. En juist dat had niet gemogen, want een museum behoort kunstuitingen te tonen voor een ieder die een museum bezoekt. Op de expositie kan eventueel ter plekke commentaar gegeven worden. In dit geval werd door de media al bij voorbaat een anti-hype ontketend. Want zoals bekend gaan er zeer weinig niet-westerse inwoners en al helemaal geen laag opgeleide allochtonen naar een museum. Ik ben dan ook van mening dat de TV-autocratie een kwalijke rol in deze (en andere kwesties) heeft gespeeld. Want op de tv waren zowel de beelden van de kunstenares te zien, als zijzelf in andere programma's, maar toen al onherkenbaar in beeld. Eva Bakker.
E. Bakker
zaterdag 5 april 2008

Reageren

Om te kunnen reageren dient u ingelogd te zijn. Heeft u nog geen gebruikersnaam en wachtwoord? Dan kunt u deze eenvoudig aanmaken.

Inloggen

Om te kunnen reageren op het forum dient u eerst in te loggen.

Gebruikersnaam

Wachtwoord

Beschikt u nog niet over een gebruikersnaam en wachtwoord, dan kunt u deze gemakkelijk aanmaken.

Bent u uw wachtwoord vergeten? Vraag een nieuw wachtwoord aan.